Cathelijne van den Bercken

Cambodja 2003

landcrossing from Laos, Stung Treng, Siem Reap, Angkor Wat, Battambang, Phnom Penh, Kampot, Sihanoukville, landcrossing into Thailand (Poipet – Hat Lek) – mei 2003

VismarktStungTreng

 

    

 

CAMBODJA – gemengde gevoelens

 

We verlaten de Mekongdelta in Laos in een wiebelige longtailboot. Het begint zachtjes te regenen. Het regenseizoen is dit jaar vroeg begonnen. We naderen Cambodja, aan de andere kant van de rivier. Het is iedere keer weer spannend om fysiek een grens over te steken.

De eerste kennismaking met de vriendelijke Khmer, de inwoners van Cambodja, en de alom aanwezige corruptie, verloopt vlekkeloos. Het visum zit al sinds de hoofdstad van Laos in het paspoort. Dus er hoeft alleen maar $2,- ‘administratiekosten’ betaald te worden voor de stempel die bewijst wanneer je het land ingekomen bent. Een leuke bijverdienste voor de douane-ambtenaren.

 

 

We hopen vandaag zo’n 500 km landinwaarts te overbruggen. De enige vorm van transport hier aan de grens is een speedboat. Een kleurrijke longtailboot die met veel lawaai haast over het water vliegt. Met een motorhelm op, slalommen we tussen de scherpe rotsen en groene mini-eilandjes over de Mekong naar het zuiden. Opgevouwen zitten we op de bodem. Geen uitzicht vanwege de modderige motorhelm, de hoge snelheid en de zachte regen. Gelukkig en helaas stoppen we na een uur. De grote boot verder door is vanochtend vroeg al vertrokken en de volgende gaat morgen pas. We stranden 60 km van de grens in saai Stung Treng.

 

 

Het regent de hele dag. Ik breng mijn tijd in dit grauwe grijze stadje door met wat slapen en lezen. Aan het eind van de dag stopt de regen even. Uit verveling ga ik al het Khmer eten op straat uitproberen. Gebakken banaan, gegrilde banaan, banaan gefrituurd in een deegkorstje en bananenshake. Maar ook ander gefrituurd spul. Knapperige deegpakketjes gevuld met groenten, kleine loempiaatjes, krokante aardappelschillen, platgeslagen aardappel en zoete deegballetjes gevuld met iets onbestendigs. Het weer klaart op en bij een prachtige zonsondergang boven de Mekong leren kinderen ons giechelend onze eerste Khmer woordjes.

 

 

Een dag verder, gevuld met slechte soaps en valse karaoke t.v. in de boot. We zijn nu halverwege onze eerste bestemming. De tweede helft doen we de volgende dag in een minibus over de hobbelige stoffige weg. Het landschap is plat en groen. Het uitzicht wordt opgeleukt door hoge recht palmen. Onderweg stoppen we even. Onze chauffeur heeft trek in de plaatselijke delicatesse: gebakken spinnen, zo groot als mijn hand. Ik bedank vriendelijk. Ik vind dat ik deze reis al cool genoeg ben geweest toen ik de kevers in Laos doorslikte.

 

Als we aankomen in Siem Reap is alles buiten om en binnen in het busje rood van het stof. De pagina met de zwart-wit plattegrond van mijn Lonely Planet is versierd met oranje vingers.

 

 

Siem Reap is Angkor Wat. Een pretpark voor architecten en archeologen. Een verzameling historische tempelcomplexen en ruines, verborgen in de jungle. Vanaf de toegangsweg tot en met de toegangspoort wordt je begeleid door grote ronde gezichten die met een serene blik op je neer kijken. Na de toegangspoort duikt de tempel op. Een heuvel van grote stenen is er van overgebleven. Maar dichterbij kijken dezelfde ronde gezichten je aan. Met hun mysterieuze glimlach achtervolgen ze je in elke hoek van de tempel. Het heeft geen zin om je te verstoppen. Ze staan zo dat er altijd wel eentje is die je in de gaten houdt.

 

We gebruiken de volgende twee dagen om nog meer imposante tempels, donkere gangen en verborgen hoekjes te ontdekken. Ik loop rond in Junglebook. Aapjes rennen over de balustrade boven de tempel-entree. Grote boomwortels houden de fijnbewaarde tempeldelen bij elkaar. Het is een bizarre harmonie tussen natuur en cultuur.

 

 

SARS heeft ook Cambodja in z’n greep. Men doet heel erg z’n best om de ziekte buiten de landsgrenzen te houden. Ze zijn aardig op de hoogte van de ontwikkelingen. SARS komt uit China, met de wind mee. Als je om middernacht groene bonen eet ben je er niet gevoelig voor. Op de dagmarkt van Siem Reap gaat de prijs van groene bonen van 800 Riel per kilo naar 20.000 Riel per kilo in één dag. De hele Khmer bevolking eet vandaag groene bonen. Reizigers houden het bij de overheerlijke groene curry met cocoscrème.

 

 

Het is zaterdagavond. Elke week om deze tijd geeft een Zwitserse dokter een celloconcert. De link is dat hij op deze manier geld inzamelt voor het kinderziekenhuis Kantha Bopha, dat hij jaren geleden hier opgezet heeft. Behandelingen, operaties en medicijnen zijn gratis voor alle kinderen. Het is er druk en elke maand zouden er zo’n 2400 kinderen overlijden als het ziekenhuis niet zou bestaan. Malaria, mazelen of diarree, het is hier allemaal dodelijk.

 

Helaas, de dokter is in Zwitserland om subsidies los te peuteren. Geen concert voor ons maar een film over zijn werk. Ik ben ontroerd als ik zie wat hij in dit derde wereldland allemaal voor elkaar heeft gekregen. Tot een persoonlijke dankbetuiging van de koning.

 

Ik wil graag de film mee naar Nederland nemen en ik ga de volgende dag terug. Een moeder komt met haar pasgeborene trots het terrein af lopen. Met haar ronde gezicht geeft ze me een brede glimlach, zoals ik ze nog vaak in dit bijzondere land te zien zal krijgen. Haar kind is gewikkeld in een krama. Een grote geruite sjaal die de Khmer voor allerlei uiteenlopende doeleinden gebruiken. Als hoofdband om iets zwaars mee te dragen, gedrapeerd over een strohoed tegen de felle middagzon, om het middel gewikkeld als kledingstuk, schuin over de schouder geknoopt als boodschappentas of om je baby in te dragen. Moeder en kind maken plaats voor een langwerpige ossenkar, voortgetrokken door een brommertje. Acht dorpelingen zitten om een 10-jarig meisje. Ze is rood van de hoge koorts en ze ademt zwaar. Ze heeft de mazelen. Het enige generieke medicijn dat ze kennen in de dorpjes is paracetamol en dat heeft niet geholpen. Dus de medicijnman van haar dorpje heeft haar paddenbloed te drinken gegeven. Een paar uur later wordt ze er niet beter op. Ze geeft bloed over en in de opgekomen diarree zit ook bloed. Het is nu twee dagen later dat ze naar het kinderziekenhuis wordt gebracht. Ze ligt er hulpeloos bij. Een ontroostbaar gevoel knijpt m’n maag samen. Ik realiseer me dat ze het niet overleefd zou hebben als ze thuis was gebleven. Terwijl kinderen in de Westerse beschaving de mazelen eenvoudig overleven. Ik bevind me hier ver terug in de tijd.

 

 

We zitten de hele dag op een tuftufbootje met bestemming Battambang. We steken het Tonlé Sap meer over en vervolgen onze tocht over een smal riviertje. Alles gebeurt hier op het water. Groente, fruit (bananen!), kippen, rijst en snacks worden vanuit lange smalle roeibootjes verkocht. Houten hutjes zijn op drijvende vlonders gebouwd. In de achtertuin groeien volop waterplanten die voor salade en roerbakken gebruikt worden. In de voortuin bevindt zich een ingenieus hefboomsysteem om een groot net vol vissen te vangen.

 

 

In een rij staan wachten kennen ze hier niet. Bij het postkantoor wacht ik geduldig op het moment dat ik denk dat het mijn beurt is. Ik wil de film van het kinderziekenhuis naar Nederland sturen. Op het pakketje gaat een plaatselijk maandloon aan postzegels. Ondertussen is de postbeambte ook nog twee verschillende andere klanten aan het helpen. Ik hier heb ik geleerd om geduld te hebben en om me nu vooral niet druk te maken. Ik vind het allemaal best. Ik wil wel graag dat het maandloon voor m’n neus gestempeld wordt. Het zou toch wel een beetje zonde zijn als de film niet in Nederland aankomt omdat die vriendelijke postbeambte z’n bonus geïnd heeft.

 

 

Denise, Jolette en ik kiezen ieder een leuke motorbike driver uit en we gaan de hele dag op pad. Mijn gids spreekt redelijk goed Engels. Ik mag hem alles vragen, hij weet overal antwoord op. Ik vraag hem waarom er in Cambodja geen dagverse melk wordt verkocht. Want we rijden langs zo veel koeien onderweg. Koeien zijn er om op het land te werken. Ze geven geen melk. Hoe kan ik dat nou vragen? Nee, melk komt niet van de koeien. Melk wordt in Phnom Penh in de melkfabriek gemaakt… Aha!

 

We snellen door het prachtige landschap met haar vele groen. Door kleine dorpjes met kinderen die vrolijk hello zeggen en zwaaien naar ons. Die lach van de Khmer kinderen maakt iedere keer weer m’n dag goed.

 

 

We stoppen voor lunch, fried rice, aan de voet van een groene berg in het platte landschap. Op het topje staat een Buddhistische tempel, het doel van vandaag. Jongetjes en meisjes, gehuld in nauwelijks meer dan een versleten dun T-shirtje, komen nieuwsgierig naar ons toe. Ik laat ze één voor één door m’n zoomlens kijken. Er gaat een wereld voor ze open! Het is hun wereld, maar dan veel dichterbij. Ze ontdekken hun eigen spiegelbeeld in het glas van de lens. Ze springen driftig op en neer en duwen elkaar opzij om zichzelf goed te kunnen bekijken. Het wordt nu echt tijd om verder te gaan, hoe leuk ik het hier ook vind. Na het bezoek aan de tempel begint onderaan de berg het hele ritueel met de kinderen opnieuw. Ik maak van de gelegenheid gebruik een serie mooie blije portretjes van ze te maken. Dan snellen we meet onze motorbike boys weer terug naar Battambang om de donkere regenbui aan de horizon voor te zijn.

 

 

Phnom Penh, hoofdstad van Cambodja. Een stad van tegenstellingen. Arme mannen met één of twee geamputeerde benen, door de vele landmijnen, zwerven op straat en klampen elke toerist aan voor een paar Riel. Rijke expats die zich kunnen veroorloven om de westerse producten in de supermarkt en de Franse keuken in de buitenlandse restaurantjes te betalen.

 

De eerste shoppingmall, slechts een half jaar oud. Met roltrappen, iets onbekends voor de Khmer. Ze stappen er onwennig op, alsof het een lunapark van de kermis is. Bij elke roltrap staat een guard, om de mensen die het aandurven, de eerste tree op te helpen. Er zijn altijd nog gewone trappen. In deze shoppingmall ontdek ik in de luxueuze supermarkt met echte verse volle melk! De literfles heb ik in no time leeg.

 

 

Phnom Penh is ook chaos in het verkeer. Stel je voor. Het verkeer hier rijdt aan de rechterkant van de weg. Je zit in de bijrijdersstoel. Dat kan links of rechts zijn, afhankelijk van of de auto uit Thailand (linksrijdend) of ergens anders (rechtsrijdend) vandaan komt. De taxichauffeur rijdt tegen de middenstreep aan op een vierbaansweg. Brommertjes halen rechts èn links in. Aan boord van deze snelheidsmonsters bevinden zich gemiddeld vier passagiers en bungelen 15 gegrilde kippen aan de bagagedrager. Dan de rechterrijstrook van jouw rijrichting. Daar rijden nog meer hordes brommertjes. De buitenzijde van de rijbaan wordt gebruikt door tegemoetkomende brommertjes en fietsen die dus de ‘verkeerde kant’ op rijden. Aan de andere kant van de middellijn speelt zich hetzelfde wilde circus af, maar dan andersom. De middellijn is er slechts voor de sier.

 

We zitten in zo’n taxi op weg naar de Killing Fields. We rijden de hoofdstad uit, het is zonnig na een nacht regen. De chauffeur doet snel z’n koplampen uit, anders krijgt hij een bekeuring.

 

Tussen 1975 en 1979 heeft de Khmer Rouge in Cambodja een van de meest grootschalige genocides van de 20e eeuw uitgevoerd. Mannen, vrouwen, kinderen en ouderen werden massaal uit de steden het platteland op gejaagd. Daar werken ze op rijstvelden in de brandende zon. Als je je een beetje dom voordoet blijf je daar werken. Alle anderen, beetje intelligent, jong en oud, worden naar een middelbare school in Phnom Penh getransporteerd. Deze is door de Khmer rouge tot de Tuol Sleng gevangenis omgedoopt. Er wordt een portret van elke gevangene gemaakt, voordat ze gefolterd en vermoord worden. Daarna worden ze gedumpt in de massagraven tussen de rijstvelden even buiten de hoofdstad.

 

25 jaar later lopen we door deze rijstvelden, die nu zijn opgedroogd. Het monument is een berg van honderden schedels, die je gedachten even terugduwen naar die vreselijke tijd. Lappen gescheurd stof hangen te wapperen aan het hekwerk dat de massagraven omringt. Deze kledingresten, in seventies stijl, getuigen van de gruwelijkheden die hier nog niet eens zo lang geleden hebben plaatsgevonden.

 

De zachte ronde gezichten die ik tijdens mijn reis ontmoet, hebben de typische en vriendelijke uitstraling van alle inwoners van Cambodja. De portretten in de Tuol Sleng gevangenis van deze zelfde inwoners 25 jaar geleden zijn anders. De ronding is weg door de vermagering en de eens sprankelende ogen kijken nu ongeïnteresseerd en verslagen. Het is duidelijk dat Pol Pot met z’n regime alle levenslust uit deze mensen heeft geslagen. Het maakt veel indruk op me en ik ben er een paar dagen stil van.

 

 

We reizen richting zee en we komen aan in Kampot. Daar waar zwarte peper van wereldfaam vandaan komt. Ten tijde van de Franse overheersing, had elk zichzelf respecterend restaurant in Parijs, peper uit Kampot op tafel staan. We zijn gewend aan het brommertransport en huren voor elk van ons een leuke Khmer-jongen in bezit van brommertje. Ik geniet steeds weer van het prachtige platte landschap met haar groene weidse rijstvelden en rechte hoge palmbomen. Voor het eerst in ruim twee maanden zie ik de zee. Voor het eerst in m’n leven eet ik krab. Een bord vol, vers gevangen deze ochtend. Rijkelijk gebakken in de wereldberoemde Kampotpeper. Ik lik er letterlijk m’n vingers bij af.

 

 

Vanaf Bokor hill geniet ik hier ook erg van het rustgevende uitzicht over de dikke ondoordringbare jungle en verderop het blauw van de Golf van Thailand. Dat gevoel verandert als de wolken plotseling op komen zetten. Ik loop door een van de gebouwen op de top. In betere tijden was het een luxe hotelcasino. Tijdens de Khmer Rouge oorlog is er veel gevochten. Daarna zijn de paar gebouwen hier gewoon achtergelaten. Flarden mist kruipen door de raamopeningen, daar waar eens glas zat. Het uitzicht is verdwenen in het niets. Het wordt ineens een stuk kouder. Ik voel me verwikkeld in een Stephen King film. Beneden is het fijn om weer in de zon te zijn.

 

Sihanoukville, een eenvoudige, gedateerde badplaats, is onze laatste bestemming in Cambodja. We doen rustig aan. Ik ben op het strand in de stromende regen. Een boekje lezend in m’n hangmatje onder het bamboedak. En ik ben op het totaal verlaten strand brandende zon. Zwemmend in de zee met echte golven.

 

 

Ik moet helaas afscheid nemen van Denise. Ze reist door naar Vietnam. We hebben een erg goeie en speciale tijd gehad met haar erbij en ik zou graag met haar mee verder willen reizen. Eerst wil ik weer wat geld verdienen en de picknicks opzetten. Bovendien is het zomer in Nederland en dat is ook wel fijn om dan terug te zijn en iedereen weer te zien.

 

 

Ik wordt aan de Cambodjaanse kant van de grens gedropt. Ik loop in m’n eentje 500 m over het asfalt van niemandsland naar de Thaise grenspost. Ik kijk nog een keer achterom en ik verlaat dit bijzondere land met gemengde gevoelens.

In Thailand lonken de mooie stranden van de zuidelijke eilanden voor een paar weken en voor je het weet ben ik weer terug in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

aanmelden nieuwsbrief culinair


zoek

myTaste.be