Cathelijne van den Bercken

Laos 2003

Landcrossing from Thailand (Chiang Kong – Huay Xai), Pakbeng, Luang Prabang, Phonsavan, Vang Vieng, Vientiane, Savannakhet, Pakse, Si Phan Don, landcrossing into Cambodia – april 2003

                                                                                                      


       

 

 

LAOS – het wilde oosten

Het is vroeg in de ochtend en ik wacht in Chiang Khong, aan de Thaise kant van de Mekong rivier, op het bootje dat ons naar Huay Xai in Laos brengt. We bevinden ons in het noordelijke deel van de Mekong en we gaan stroomafwaarts naar het zuiden.

Ik heb net besloten mijn poging te staken, om dagverse melk te vinden in Thailand. Ik wordt helemaal blij van binnen als ik op de ontbijtkaart ‘fresh milk’ zie staan! Wauw, zou ’t echt waar zijn? Er lopen hier genoeg koeien rond… Mijn vrolijke illusie wordt al snel de grond in geboord als ik uit het volle glas lauwe gesteriliseerde melk drink. Ik probeer die arme ober duidelijk te maken dat dit geen verse melk is. Hij houdt vol van wel en komt terug met het pak. ‘Fresh milk expiry date 24 August 2003’. Aha, ze noemen het ‘fresh’ omdat het vloeibaar is en niet poedervorm of zoete dikke gecondenseerde melk. Ik leg me er bij neer dat mijn eerste slok verse melk thuis in Nederland zal zijn.

Aan de overkant ligt de ‘slowboat’ te wachten. Een houten boot met gammele houten bankjes en een golfplaten dak. Hierop breng ik met 29 andere passagiers de komende twee dagen door. Een beetje lezen, schrijven, kletsen en rondkijken. Het is erg relaxed.

De zon wordt gefilterd door de benauwde grijze lucht die over het bergachtige landschap hangt. Als de zon nog 3 vingers dik boven de horizon uitsteekt, kleurt-ie al oranje. Het is pas 16.00 u en hij staat nog hoog. De dikke lucht is het gevolg van de ontbossing om vruchtbaar land vrij te maken voor het telen van bananen. Ik vind het erg om te ontdekken dat deze boeren zich alleen bezig houden met korte termijn denken. Na ontbossing is de grond 2 jaar bruikbaar en daarna voor 5 jaar compleet onvruchtbaar.

Later tijdens de reis door Laos zit in de bus door het Noorden. Daar zie ik pas het werkelijke resultaat van de ontbossing. Ik voel me triest bij het zien van de prachtige volle groene wouden, die geaccentueerd worden door een kale zwarte plek. De struiken zijn tot as verpulverd. De grote bomen zijn in hun geheel verkoold en liggen als een Mikadospel verspreid over de steile helling.

De slowboat vertrekt naar Luang Prabang. Dikke groene jungles worden afgewisseld door steile rotsformaties langs de oevers. Het is het hoogtepunt van het droge seizoen. De Mekong staat laag en geeft zo veel van haar dieper gelegen gevaren prijs.

Een paar bamboehutjes geven aan dat er leven is. Blote jongetjes springen in de Mekong en zwaaien vrolijk als we langsvaren. Er komt vanalles voorbij drijven. Plastic jerrycans, lange bamboestammen en wit schuim van de vele draaikolken. We kabbelen rustig verder. Aan het eind van de middag worden we ineens opgeschrikt door een lijk. Opgezwollen door het water komt hij langsdrijven. De tweede dag komt er nog iemand voorbij drijven en iedereen vindt het al wat gewoner. Ze zijn in Myanmar vermoordt en daar in de Mekong gedumpt. Zo drijven ze in het noorden via Laos naar Cambodja in het zuiden. Geen haar op m’n hoofd dat er aan denkt om een druppel Mekongwater aan te raken.

We komen aan in Luang Prabang en we vieren uitgebreid ‘Pimai Lao’, het Buddhistisch nieuwjaar. Het is de heetste periode van het jaar en de gecko’s vallen van het dak. Iedereen gooit elkaar traditioneel nat met water. Een welcome verkoeling in deze tropische hitte van 36 graden.

Al gauw weet ik de beste sluiproute naar het guesthouse en ik ben op de hoogte van de diverse watertappunten in het koloniale stadje. Gewapend met 2 lege plastic waterflessen, ga ik elke dag op pad. Zo kan ik me enigzins verweren tegen het watergeweld van de kinderen en vrienden van de boot. Alleen monniken en ouderen worden ontzien.

Drie dagen later nadert het hoogtepunt. Volle pickup trucks rijden door de straten. 15 jongeren achterin. Ze halen water uit de gigantische ton van 100 liter waar ze zich achter verschansen. Volle emmers en krachtige supersoakers raken elke voorbijganger. Jong en oud, iedereen krijgt de volle laag terug.

Er zijn hier geen pinautomaten. Dus ik a m’n eerste 100 dollar travellers checques wisselen. 1.020.000 Kip krijg ik overhandigd en ik voel me heel even een echte miljonair. Dat gevoel is gauw weg na het betalen van 15.000 Kip voor een overheerlijke baguette met echte Edammer kaas. Laos was protectoraat van Frankrijk en de koloniale invloeden in architectuur en keuken zijn duidelijk aanwezig. Yoghurt met vers fruit en muesli, crepes suzette, quiche lorraine, tarte au citron en goeie wijn. Het is hier allemaal te krijgen in de sfeervolle restaurants. Gedecoreerd met donkere houten vloeren, comfortabele stoelen en Louvre luiken. Grote ventilatoren hangen aan het teakhouten plafond en de wanden zijn gevuld met oude zwart/wit foto’s en kleurrijke zijden doeken.

Een week watergevechten, heerlijke cuisine en verschillende tempels later. We zijn er klaar voor om het andere Laos te zien. We verlaten de Mekong en we gaan op weg naar het Noord-Oosten. Nog niet zo lang geleden was dit een risicovolle trip. Bergvolkeren die onafhankelijkheid willen, plegen aanslagen op bussen. Nu wordt er gezegd dat het redelijk veilig is. Dat wil zeggen, veiliger dan vliegen met Lao Aviation. Hun vliegtuigen vallen regelmatig zomaar uit de lucht.

Een dag met vele bochten, spectaculaire hoogteverschillen en adembenemende uitzichten gaat langs m’n raampje voorbij. We komen aan in Phonsavanh. In de jaren 70 het gebied waar de Amerikanen een geheime oorlog gevoerd hebben. De entree van het guesthouse wordt opgevrolijkt met bommen van een meter. Gasten worden geacht de volgende regel in acht te nemen: ‘No guns, firearms, weapons or other kinds of explosives allowed in the room.’

We bezoeken de Plain of Jars en we kijken uit voor landmijnen. Het is een Lord of the Rings-achtig landschap dat elke keer verandert als je een andere windhoek op kijkt. Mysterieuze kruiken liggen her en der over de heuvels verspreid. Niemand weet waar ze vandaan komen.

Later wordt mijn wilde oosten gevoel bevestigd. In Vientiane wordt verteld dat door leden van de minderheden op de vroege zondagochtend een aanslag op de bus uit Luang Prabang is gepleegd. Een paar uur later zijn wij daar nietsvermoedend langsgereden. Een week later gebeurt het weer en ik ben gerust dat we uit het berggebied weg zijn.

In de hoofdstad zitten we weer aan de Mekong. Deze machtige rivier zal voor de rest van de reis de rode draad zijn die ons door Laos leidt. Tijdens de boottocht in het noorden maken we kennis met Denise, Zwitserse. Nu, hier in Vientiane nemen we afscheid van haar reisgenoot en reist ze met ons samen verder. Denise wilt een taak hebben deze reis. Ik leer haar de Nederlandse taal. Ik ben nu erg blij met de stomme bijlessen uit de brugklas, zodat ik de theorie en ingewikkelde regeltjes uit kan leggen. Ze leert snel!

Vanwege de busaanslag besluiten we alleen overdag te reizen. In Nederland is er blijkbaar geen bericht over gegeven want ik krijg geen bezorgde e-mails. De smoggy lucht en steile hellingen maken plaats voor vlak land en blauwe luchten met hoge witte wolken. Met Denise wandel ik een verkenningsrondje in Pakse. Bij de lokale tempel worden we aangestaard en uitgelachen door de monniken. Dat is hun manier van contact maken. We zijn in de overtuiging dat ‘Pimai Lao’ al lang afgerond is. Maar binnen in de ruime hal zitten de vrouwen uit de buurt op gekleurde gevlochten matten geduldi te wachten op het hoogtepunt van de festiviteiten van dit nieuwjaar; het bezoek van de gouverneur. Het wachten wordt aangenamer als er traditionele muziek op wordt gezet. We leren Apsala, de traditionele Lao-dans. Veel gedraai met de handen in tegenovergestelde richting. We doen ons best en we worden vriendelijk maar keihard uitgelachen.

Een uur dansen en veel plezier later. Nog steeds geen gouverneur. Dan maar de viering zonder hem. We willen ze niet storen en we maken aanstalten om weg te gaan. Maar dat wordt niet geaccepteerd. Een van de vrouwen spreekt Frans en ze neemt ons onder haar hoede. Zoals de andere vrouwen krijgen wij een aluminium kom met gifgroen water. Een zacht kaarsje plakt aan de rand. In de kom een lotusbloem aan een lange steel. Vijf oudere monniken in hun schoongewassen oranje gewaden komen binnen. Ze doen een gebed en zingen samen met ons. Dan schuifelen we een voor een geknield langs de monniken. Zo bevinden we ons fysiek laer. Dat is het respect dat wij als vrouwelijke minderheid worden geacht te tonen aan het hogere Buddhisme en de hoger in aanzien zijnde man. Maar we mogen ze wel helemaal nat sprenkelen met het gifgroene water!

In de jungle weerstaan we bloedzuigers, die zomaar uit de lucht lijken te vallen. Steile gladde hellingen met modderpoelen als we overvallen worden door een regenbui en brandendhete zon rond het middaguur. Het is het waard. We worden getrakteerd op een formidable uitzicht. Ik sta in de rivier aan de top van de hoogste waterval in Laos. Ik voel me Hiawatha die verrast wordt door het uitzicht op het eind van de wereld, daar waar de rivier ineens ophoudt. Ik krijg kriebels in m’n maag. Gezekerd aan de hand van de gids buig ik m’n lichaam voorover. Slechts twee meter van waar m’n voeten staan, stort de rivier zich met veel geweld 200 meter de diepte in.

De Mekong blijft in zicht zuidwaarts. Soms vanuit het gammele houten bootje dat ons naar de overkant vaart. Of vanuit de pickuptruck die je voor een paar dollarkwartjes kilometers verderop rijdt. Vrouwen mogen niet op het dak van de pickup. Dan zitten ze hoger dan de mannen. Kalkoenen, met een touwtje aan hun poot vastgebonden op het dak, kakelen er lustig op los. Opgevouwen binnenin wiebelt een kip in een rijstzak onder m’n voeten. We zijn de enige ‘farang’ (buitenlanders). We krijgen veel aandacht en worden hard uitgelachen. Ik leer een nieuwe taal. Met handen en voeten geef ik de nieuwsgierige locals uitleg bij het fotoboekje dat ik van thuis heb meegenomen. Hoe leg je uit dat een boom zonder blaadjes in de winter niet dood is? Dat Nederland plat is en dat sneeuw kouder en zachter is dan regen?

We scheuren door een prachtig weids groen landschap. Houten huisjes op palen, eenden in de ren, kippen lopen los en het varken ligt in de schaduw onder het huisje. We maken een korte stop. De vrouwen en meisjes van het dorp snellen op ons af om allerlei aan stokjes geregen etenswaar te verkopen. Van gekookte eieren tot geroosterde sprinkhanen en van gegrilde kippenpootjes tot rauwe kevers. Een van de locals biedt me een handvol kevertjes aan. Ik grijp mijn kans om de krokante snack te proberen. Niet vies, maar ik bedankt toch vriendelijk voor de volgende portie.

Op verkenning door Champassak, loop ik nieuwsgierig met Denise een grote groene tuin door. In het midden staat een prachtig koloniaal huis. ‘Bonjour, vous parlez francais?’ Vroeger was Laos verdeeld in drie koninkrijken waarvan de huidig provincie Champassak er een was. Nietsvermoedend bevinden we ons op koninklijk grondgebied… We worden in het Frans aangesproken door de kleinzoon van de ‘Prince du Champassak’. Hij is blij dat hij in dit slaperige stadje aanspraak heeft in het Frans. Hij leidt ons rond in zijn huis en verteld uitgebreid zijn familieverhaal. In de hoge hal hangen portretten van (overleden) familieleden. Voordat we doorreizen ga ik nog een keer terug. Ik maak een portret van Mr. Nachampassack Somchith. Voor later.

We komen aan bij het meest zuidelijke deel, de Mekongdelta. 1200 km stroomafwaarts van de plek waar we onze reis in Laos zijn begonnen. We slapen in een bamboehutje aan het water. Ik hang m’n hangmatje aan de veranda. Ik heb uitzicht op de zonsondergang en later op een volle sterrenhemel. Er is geen electriciteit. Tussen 18u en 21u draaien enkele generatoren voor een beetje licht. Als er een fruitshake gemaakt wordt, dimt het licht. De douche is een grote diepe betonnen bak. Met behulp van een buitenboordmoter van een vissersbootje wordt water uit de Mekong gepompt. Een plastic emmertje helpt je om het water over je heen te gooien. Elke ochtend neem ik een duik in de Mekong en ik doe m’n was erin. Ik ben even vergeten wat ik in het noorden langs zag drijven.

Nog een paar dagen relaxen op de plek in Laos waar je het meest een strandgevoel kunt hebben. Dan de oversteek naar Cambodja.

Reacties zijn gesloten.

aanmelden nieuwsbrief culinair


zoek

myTaste.be