Cathelijne van den Bercken

Thailand 2003

THAILAND – better not rush

CvdB006_0006

maart 2003: Bangkok, Sukhothai, Ayuthaya, Phitsanulok, Chiang Mai, Golden Triangle, Chiang Khong, landcrossing into Laos (Chiang Kong – Huay Xai)

juni 2003: landcrossing from Cambodia (Poipet – Hat Lek), Bangkok, Hua Hin, Koh Pah Ngan

CvdB001_0001
CvdB002_0002
CvdB003_0003
CvdB004_0004
CvdB005_0005
CvdB007_0007
CvdB008_0008
CvdB009_0009
CvdB010_0010
CvdB011_0011
CvdB012_0012
CvdB013_0013

Het is zaterdag 14 maart 2003 en vanaf nu heet ik hier in het Thais Katalien. Samen met Jolette ben ik veilig geland in Bangkok. Het is vroeg in de ochtend en we worden opgehaald door Nok en Vaew. Heel bijzonder om ze na 15 jaar schrijven in het echt te ontmoeten! Ze kijken blij en we worden met Thaise gereserveerdheid begroet. Vooral Vaew houdt afstand, maar met Nok, die ik al het langst ken, loop ik hand in hand het vliegveld uit.

De twee meiden hebben al plannen gemaakt voor het weekend. Geen tijd dus om na te denken over een jetlag. We worden meteen compleet ondergedompeld in de Thaise cultuur.

Voordat we op weg gaan zetten we onze spullen eerst bijde ouders van Nok. Hun huis zal de komende week ons logeeradres zijn. Het is een groot huis met dakterras. Het ligt in Nonthaburi, een rustige buitenwijk van miljoenenstad Bangkok. Rustig in de zin van toeristen. We zijn de enige en hebben aardig bekijks. Wij kijken op onze beurt ook onze ogen uit. Ook al is het een buitenwijk, het is erg levendig op straat. Langs de grote weg staat om de 5 meter een eetstalletje. Als we linksaf slaan komen we in een doolhof van smalle straatjes met nog meer eetstalletjes en recht voor onze neus doemt plotseling een grote tempel op.

Voordat we uitstappen legt Vaew ons nog even snel uit hoe de wai werkt (Thaise begroeting, handen tegen elkaar, vingertoppen raken je neus). Ze zegt dat we de ouders zo moeten begroeten en bij de deur niet vergeten onze schoenen uit te trekken. Pfff, het ritueel gaat goed en we worden heel gastvrij ontvangen. Het bed is al opgemaakt in de airconditioned logeerkamer. Maar geen tijd om te slapen. We nemen voor 2 dagen kleding mee want we gaan naar Saraburi, een provincie ten Noord-Oosten van Bangkok. We gaan bij de schoonouders van Vaew logeren.

Eerst een tussenstop in Ayuthaya. Een historische stad, eens de hoofdstad van Siam, met vele tempelruines, gigantische Buddhabeelden en nog meer Buddhabeelden en tempels. Hier maak ik voor het eerst kennis met het Buddhisme. Ik doe m’n schoenen uit en ga met Vaew een van de blinkend gouden tempels binnen. Voor de net zo blinkend gouden Buddha, doet Vaew me voor hoe ze een gebed doet. Ik mag ook, want ik weet toch ook hoe ik moet bidden in een katholieke kerk? Zo redeneert ze. Daarna drukt ze me een houten beker met stokjes in m’n hand. Ik schud de beker heen en weer totdat een van de stokjes eruit springt. Vaew haalt het bijbehorende fortune slip met hetzelfde nummer als op het stokje. De tekst begint met ‘Better not rush. Should wait for favorable circumstances, then desires are accomplished.’ Erg toepasselijk om zo mijn reis te beginnen.

Het huis van de schoonouders blijkt een mini-dorpje te zijn met drie huizen, een apart gebouw dat dienst doet als keuken met een gigantisch grote veranda, een kippenren en prachtig uitzicht over de groene heuvels. ‘s Avonds is het volle maan en we rijden met de hele familie naar het hoogste topje van de dichtsbijzijnde berg. Met de koelbox vol koud Thais Chang bier vieren we onze eigen prive full moon party. Later sta ik te douchen in de douchecel zonder dak, met diezelfde volle maan die op m’n bolletje schijnt.

Hier in Saraburi maak ik kennis met Poom, het zoontje van Nok. Hij is 3 jaar en Poom betekent in Thai ‘monkey boy’. Hij springt vrolijk heen en weer over de stoelen en kijkt ondeugend. Als je hem aankijkt wordt je ieder keer op een spontane grijns getrakteerd. Ik heb geloof ik nog nooit zo veel geglimlacht op een dag.

De komende week in Bangkok, als we bij de ouders van Nok gaan logeren, kan ik nog volop genieten van Poom. Door de week wordt hij door opa en oma (Pao en Mae voor ons) opgevoed, alleen in het weekend is hij bij Nok en haar man. Ze werken allebei vijf, soms zes dagen in de week en het crechesysteem kennen ze hier niet. Er wordt goed voor hem gezorgd en er wordt goed voor ons gezorgd! Pao is bezorgd als we op een avond later thuis komen dan verwacht. De taxichauffeur was de weg kwijt en op iedere vraag die we stellen antwoordt hij ja. Ook als we vragen of weet waar we heen willen… Hier leren we van want alle Thai zeggen ja als je iets vraagt. Simpelweg omdat ze geen gezichtsverlies willen lijden.

Elke avond eten we thuis en er staan steeds weer nieuwe lekkernijen voor mijn neus. Pao haalt het bij de eetstalletjes om de hoek. Ze koken nooit thuis want het is heel goedkoop en vers op straat te krijgen. Later ontdek ik in de keuken tussen de berg serviesgoed alleen een magnetron en een rijstkoker. Een fornuis kan ik niet vinden.

Het rustig aan doen is niet zo moeilijk in Bangkok want het is te warm om je druk te maken. We nemen dan ook ruim een week voor het overweldigende Grand Palace, sfeervol Jim Thompson House, stevige Thaise massage, levendig China Town, verschillende tempels en heerlijk eten op straat. De benauwde lucht is heel vochtig en ik krijg hier spontaan krullen.

Het is een paar minuten voor 8 zondagochtend op Hualamphong station. We wachten op de trein die ons van Bangkok naar Phitsanulok zal brengen. Ondanks het vroege uur is het hier stampvol met mensen. Plotseling klinkt er harde Thaise muziek door de centrale luidsprekers, gevolgd door 8 electronische gongslagen. Ieder Thai in de grote hal staat op (wij ook) en kijkt in de richting van het gigantische portret van Koning Bhumibol dat boven de ingang naar spoor 4 hangt. Bhumibol wordt door iedereen hier aanbeden en in elk huis bevindt zich wel een portret van deze populaire koning. Daarop volgt het nationaal volkslied. Na 2 minuten stopt de muziek en gaat iedereen weer druk z’n eigen gang. Voor ons is het tijd om naar onze comfortabele 1e klas airconditioned trein te gaan.

Het landschap vult zich met veel water. Dus we rijden door felgroene frisse rijstplantages, langs houten huisjes op palen en langs plassen met grote rose lotusbloemen, afgerasterd door bananenpalmen. Dit uitzicht wordt afgewisseld door af en toe een plukje steile krijtsteenrotsen met op de top een tempel. Langs het spoor staat een verdwaalde koe met grote flaporen.

We komen aan in Phitsanulok en we betrekken een kamertje in een guesthouse met grote tuin, waar ik ‘s middags in de bamboe hangmat tussen de bananenpalmen schommel. De volgende dag bezoeken we Sukhothai national park met oude tempelruines en grote Buddhabeelden. Het is erg rustig overdag want het is het heetste seizoen dus weinig tot geen toeristen. Aan het eind van de komt er weer leven in het stadje dat in het park ligt. De bewoners zitten in lotushouding op de veranda van hun houten huisje en waaien zichzelf koelte toe met een gevlochten waaier. Een groepje monniken, herkenbaar aan de oranje gewaden gewikkeld om hun lichaam, speelt een partijtje basketbal.

De zon gaat snel onder. Ik zit helemaal vooraan in de bus en heb ruim zicht op de manouvres die de chauffeur maakt. We rijden op een tweebaans provinciale weg die regelmatig tot vijfbaans snelweg wordt gepromoveerd. Het langzame verkeer (fiets, brommer, tuk tuk en koe) op de vluchtstrook, het snelle verkeer aan weerszijden van de stippellijn in het midden en het inhalende verkeer (onze bus) precies over de stippellijn. Afgezien van het feit dat ik onderweg lek geprikt ben door allerlei vliegbeestjes, komen we veilig aan.

Onze reis gaat verder naar Chiang Mai. Een relaxte sfeer en gelukkig iets koeler. Reizigers blijven hier langer hangen en velen starten hier een restaurantje. Genoeg buitenlands eten hier dus. Ik moet toegeven dat het in de Irish Pub toch wel even fijn is om Coldplay te horen, bij het genot van een heus stokbroodje! Een welkome afwisseling na twee weken (overigens voortreffelijk) Thais eten. Totdat er plotseling uit de palmboon een gifgroene slang naast ons bordje ploft. Hij is een meter lang en heeft het op Jolette gemunt. Gelukkig is de huiskat de slang voor en grijpt ‘m. De kok komt naar buiten en maakt het geheel met een spade af zodat de slang geen kick meer zal geven.

We nemen 3 dagen Thaise kookles en ik doe genoeg inspiratie op voor de picknicks om in de zomer een Thais menu aan te bieden. Hier in Chiang Mai is alles te koop; eten, kleding, eten, Buddha’s, eten, gekleurde plastic picknickspulletjes, eten en nog veel meer. Ik doe hier mijn investering in kleurrijke spulletjes die ik nog niet heb en in spulletjs die ik leuk vind en waarvoor ik ter plekke een bestemming kan vinden wanneer ik terug in Nederland ben.

Met drie anderen huren we een gids en gaan we 3 dagen hoog de bergen in. Ik heb erg getwijfeld om mee te gaan. Ik wil niet in het massatoerisme op bezoek gaan in de menselijke dierentuin van de bekende hilltribes. Ik ga toch mee en het valt heel erg mee. We logeren elke nacht in een bamboehutje in een bergdorpje waar we geen andere toeristen tegenkomen. Ook overdag zijn we denigen die door de groene jungle lopen. We komen wel veel insecten, vlinders, kikkers en vogels tegen. Als we de rivier afzakken op een bamboevlot, worden we omsingeld door honderden limoenvlindertjes.

Het is 8 uur in de ochtend. Voor het eerst in m’n leven maak ik de rituele slachting van een varken mee. Zonder verdoving. Dat vinden de dorpsbewoners blijkbaar niet nodig want ze verdoven zichzelf eerst met een flinke slok Thaise whiskey. Ik werd er wel een beetje misselijk van want ik had net m’n ontbijt (toast met suiker) op. Ik heb veel foto’s gemaakt en dat heeft wel geholpen om wat afstand te nemen van het bloederige en krijsende geheel.

Ondertussen wordt het nieuws hier niet gedomineerd door de oorlog in Irak maar door het SARS-virus dat volgens de berichten hier nog niet genezen is. We hebben besloten om niet naar Vietnam te gaan. De Thaise overheid verplicht iedereen die Thailand in komt na bezoek aan Vietnam, China, Hong Kong enTaiwan, om 2 weken lang een mondkapje te dragen. Als je de Thaise nationaliteit hebt moet je 2 weken in huis blijven en sta je continu onder dokterscontrole.

Ik heb niet zo’n zin om het laatste deel van m’n reis met een mondkapje om, op het strand te slijten. Dat geeft zo’n rare teint. Dus we hebben meer tijd straks als we uit Cambodia terug Thailand in gaan. Genoeg mooie eilandjes in het Zuiden als ik al die reizigers hier hoor. Hoe is de informatie in NL over SARS? En wat wordt er aangeraden te doen of te laten?

In de grensplaats waar we nu zijn lopen sommige Thai al met een mondkapje op. Het geeft me het achterdochtige gevoel dat wij toeristen gevaarlijk zijn. De overheid doet er alles aan om SARS buiten het land te houden en het gaat ze goed af. We volgen het nieuws af en toe op CNN en we kopen regelmatig de Engelstalige Bangkok Post. We hebben al een mondkapje, maar die hadden we in Bangkok al gekocht tegen de smog daar.

Nu zit ik in Chiang Khong op het terras voor een bamboe hut met uitzicht over de Mekong rivier. Het uitzicht is heiig want in deze tijd van het jaar branden de boeren het veld om het weer vruchtbaar te maken voor het nieuwe oogstseizoen. Het geeft een hele mooie ondergaande zon. Aan de overkant ligt Huay Xai, de eerste plaats in Laos. De volgend stap.


Reacties zijn gesloten.

aanmelden nieuwsbrief culinair


zoek

myTaste.be